Inspectie

Inspectie

Elk kind heeft recht op goed onderwijs.
In Nederland bestaat er vrijheid van onderwijs.  Elk schoolbestuur maakt haar eigen keuzes hoe zij het onderwijs voor haar kinderen inricht en is daarmede ook zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit en de continuïteit van het gegeven onderwijs. 

Omdat leerlingen en ouders erop moeten kunnen vertrouwen dat het onderwijs op een school goed is, moet elk schoolbestuur zich verantwoorden over de bereikte resultaten. â€‹Daarom houdt de Inspectie van het Onderwijs jaarlijks toezicht op de kwaliteit van het gegeven onderwijs op de scholen en toetst zij de resultaten van het onderwijs, minimaal 1x in de 4 jaren, middels een breed bestuursonderzoek.

Hierbij gaat het om resultaten in brede zin:
  • krijgen alle leerlingen onderwijs van voldoende kwaliteit?
  • voldoen scholen en het bestuur aan de wet- en regelgeving?
  • heeft het bestuur  haar financiën op orde?
maar ook,
  • heeft het bestuur voldoende zicht op de eigen kwaliteit?
  • stuurt het bestuur het onderwijs waar nodig bij?
  • heeft het bestuur voldoende ambitie die verder reiken dan de basiskwaliteit?

Het laatste bestuursonderzoek van SKOV vanuit de onderwijsinspectie dateert van 2019. De inspectie stelt het volgende vast in haar rapport:

Het bestuur van SKOV heeft goed zicht heeft op de kwaliteit van haar scholen. Daarnaast heeft het bestuur een goed beeld van zijn financiën. De ontwikkeling van de onderwijskwaliteit zoals het bestuur dat voor ogen heeft, is terug te zien op de scholen. Er is binnen het bestuur en op de scholen sprake van een open kwaliteitscultuur. De ‘lijntjes’ zijn kort waardoor er snel gehandeld kan worden als dat nodig is. Er wordt door de leraren en directies op de scholen goed met elkaar samengewerkt, dat geldt ook voor de scholen onderling. 

Ook zien wij dat de scholen zich ontwikkelen om goed, hedendaags onderwijs te willen (gaan) geven. Met name de kleine scholen benutten deze kans om op een andere manier hun onderwijs in te richten en zo de school voor het dorp weten te behouden. Tot slot voert het bestuur een goede dialoog met de omgeving, niet alleen om te laten zien wat er gebeurt binnen de scholen, maar ook welke verbeteractiviteiten plaatsvinden en wat de ambities zijn. Op deze manier is er een goed fundament gelegd voor een breed draagvlak binnen de dorpskernen waar de scholen staan.  

Er zijn tijdens het onderzoek geen onderdelen op bestuursniveau waargenomen die vanuit de wettelijke vereisten om directe verbetering vragen. De basis binnen SKOV is op orde. Wij hebben een positief oordeel over de centrale vraag: 'Is de sturing op kwaliteit op orde en is er sprake van deugdelijk financieel beheer?'. Dat betekent dat wij bij dit bestuur voor het toezicht niet afwijken van de reguliere termijn van vier jaar.